Casus – Governance-check bij regulier infraproject

Hoe een ogenschijnlijk standaard werk door explicitering van onzekerheid toch een andere besluitafweging vroeg.

1. De situatie

Het betrof een infrastructureel project met een aanneemsom van circa €0,345 miljoen. Werkzaamheden vergelijkbaar met eerdere projecten. Begrote doelmarge: circa 5%.

In eerste instantie leek het een klassiek “meeneemwerk”: overzichtelijke scope, beperkte technische innovatie, bekende uitvoeringsmethode.

Toch waren er subtiele signalen van verhoogde complexiteit: beperkte werkruimte in binnenstedelijke context, strakke gemeentelijke opleverdatum en lerend team op het project.

Binnen de organisatie geldt als normatief kader dat dit type project minimaal 90% kans moet hebben om de doelmarge van 5% te realiseren.

De vraag was dus niet: “Kunnen we dit maken?”
maar: “Past dit inschrijfcijfer binnen onze risicodraagkracht?”

2. De governance-check (L0)

Voor dit project is een L0-analyse uitgevoerd. Geen zwaar correlatiemodel, maar een proportionele toets van aannames, bandbreedtes en interne normen.

Conform het rapport is gewerkt met een bandbreedte-benadering:

  • Likely Case (LC): meest waarschijnlijke kosten- en tijdinschatting
  • Reasonable Worst Case (RWC, P10): realistisch ongunstige situatie
  • Monte Carlo-simulatie om gecombineerde effecten zichtbaar te maken

In enkele werkdagen is de begroting vertaald van puntinschatting naar kansverdeling. Daarmee werd niet alleen de uiterste range zichtbaar, maar vooral de waarschijnlijkheid per uitkomst.

3. Wat bleek uit de analyse?

De 5% doelmarge bleek slechts in 50% van de simulaties daadwerkelijk gerealiseerd te worden.

  • P50 marge: 5,0%
  • P35 marge: 4,5%
  • P10 marge: 3,2%

Dat betekent dat in 40% van de scenario’s de doelmarge niet werd gehaald — terwijl het interne normatieve kader 90% zekerheid vereist.

De oorzaak zat niet in één groot risico, maar in combinatie-effecten: een kostenstijging in uitvoering gecombineerd met een beperkte vertraging zorgde voor disproportionele margedruk.

Wat in de lineaire begroting verwaarloosbaar leek, bleek in probabilistische samenhang dominant.

4. Het besluit

Op basis van de governance-check zijn drie maatregelen genomen:

  • Aanpassen van het inschrijfniveau zodat het project binnen het normatief kader valt
  • Versterken van financiële en planningsmatige beheersmaatregelen
  • Aanpassen van de liquiditeitsallocatie conform het normatief kader

Door aanpassing van het inschrijfcijfer werd de margezekerheid verhoogd tot boven de 90%-norm.

Het project is uiteindelijk gegund. Belangrijker: het besluit was reproduceerbaar, uitlegbaar en aantoonbaar in lijn met interne governance.

5. Wat deze casus laat zien

L0 is een licht model. Het is een proportionele toets waarbij onzekerheid expliciet wordt gemaakt voordat deze zich materialiseert.

Het voorkomt dat “standaardwerk” buiten het normatieve kader wordt geaccepteerd puur omdat het vertrouwd aanvoelt.

De meerwaarde zit niet in complexiteit, maar in discipline: expliciet maken wat impliciet al gevoeld werd.

Bekijk rapportage Project Risicobesluit L0

Deze casus is een fictieve en geanonimiseerde weergave op basis van representatieve projectvariabelen. Er worden geen vertrouwelijke klantgegevens gepubliceerd.