Casus L1 – Is 4% marge werkelijk 4% marge?

Hoe een ogenschijnlijk aantrekkelijk project een ander risicobeeld krijgt zodra projectspecifieke onzekerheden worden meegenomen.

Deze fictieve voorbeeldcasus laat zien hoe een L1-analyse kan helpen bepalen of prijs, marge en cashflow passen bij het risico dat de onderneming werkelijk aangaat.

De casus is fictief en uitsluitend bedoeld ter illustratie van de L1-methodiek.

1. De uitgangspositie

Een fictieve liftbouwer overweegt een opdracht voor twee liftinstallaties in een nieuw appartementencomplex.

  • Aanneemsom: €750.000
  • Begrote marge: 4%
  • Enkelvoudig onderhandse aanbieding
  • Technisch goed uitvoerbaar

Op basis van begroting en ervaring lijkt het project commercieel aantrekkelijk.

Tegelijkertijd zijn er projectspecifieke onzekerheden:

  • Levertermijnen van besturingscomponenten
  • Een nog niet volledig uitgekristalliseerde scope
  • Hoge verwachtingen vanuit de opdrachtgever
  • Voorfinanciering van materiaal en engineering

De vraag is daarom niet alleen: kunnen we dit project goed uitvoeren?

De relevante vraag is: past de verwachte marge bij de onzekerheid en het financiële risico dat we aangaan?

2. De L1-analyse

Bij L1 wordt verder gekeken dan de oorspronkelijke begroting. De belangrijkste projectspecifieke onzekerheden worden geïnventariseerd en vertaald naar realistische bandbreedtes.

In deze casus zijn onzekerheden meegenomen in:

  • Kostenontwikkeling
  • Doorlooptijd
  • Levertermijnen
  • Facturatiemomenten
  • Voorfinanciering

Met een probabilistische analyse worden vervolgens veel mogelijke projectuitkomsten doorgerekend.

Daarmee ontstaat niet één verwachte marge, maar een verdeling van mogelijke uitkomsten voor marge en cashflow.

De begroting laat zien wat u verwacht. De analyse laat zien welke uitkomsten daarnaast realistisch zijn.

3. Wat veranderde aan het beeld?

De oorspronkelijke begroting liet een marge van 4% zien.

Zodra de projectspecifieke onzekerheden worden meegenomen, ontstaat een duidelijk ander beeld:

  • P50-marge: 1,8%
  • P35-marge: 1,2%
  • P10-marge: -0,4%

De 4% uit de begroting blijkt daarmee geen representatieve verwachting van het volledige risicoprofiel.

  • Circa 95% kans op een marge lager dan 4%
  • Reële kans op negatieve marge in neerwaartse scenario's
  • Verhoogde kans op tijdelijke negatieve cashflow bij vertraagde facturatie

Vooral de combinatie van verschillende relatief kleine onzekerheden bepaalt het neerwaartse risico.

Niet één groot risico verandert het besluit, maar de gezamenlijke invloed van meerdere onzekerheden.

4. Welke keuzes ontstaan hierdoor?

De analyse verandert het project niet. Wel verandert de informatie waarop de directie het projectbesluit kan baseren.

In deze fictieve casus kan de directie bijvoorbeeld kiezen voor:

  • Een hogere inschrijfprijs
  • Aangepaste betalingstermijnen om voorfinanciering te beperken
  • Aanvullende afspraken over scope en wijzigingen
  • Gerichte beheersmaatregelen voor de grootste risicodrijvers
  • Niet aannemen wanneer prijs of voorwaarden onvoldoende ruimte bieden

Ter illustratie wordt een scenario doorgerekend waarin de inschrijfprijs met 4,4% wordt verhoogd en de betalingstermijnen worden aangepast.

Het risicoprofiel verandert daarmee aanzienlijk:

  • P10-marge verschuift van negatief naar +4,0%
  • De cashflowdip in de middenfase neemt sterk af
  • De kans op onderschrijding van de interne ondergrens daalt

De analyse geeft geen automatisch antwoord. Ze maakt zichtbaar wat verschillende keuzes met het risicoprofiel van het project doen.

5. Wat deze casus laat zien

L1 is bedoeld voor projecten waarbij de standaardbegroting onvoldoende laat zien welke onzekerheid achter het verwachte resultaat zit.

Voor de directie ontstaat daarmee inzicht in:

  • De realistische bandbreedte van de projectmarge
  • De belangrijkste neerwaartse risicodrijvers
  • De invloed van onzekerheid op cashflow
  • Het effect van een andere prijs of voorwaarden
  • De vraag of het rendement past bij het risico

Daarmee verschuift de discussie van: “de begroting laat 4% marge zien” naar: “welke marge is realistisch en wat willen we voor dit risico terugkrijgen?”

L1 maakt projectspecifieke onzekerheid zichtbaar op het moment dat prijs en voorwaarden nog beïnvloedbaar zijn.

Bekijk rapportage Project Risicobesluit L1
Bekijk besluit-onepager (PDF)

Wanneer is L1 niet voldoende?

Bij projecten met meerdere fasen, sterke onderlinge afhankelijkheden of risico's die elkaar door de tijd heen versterken, is één projectbrede analyse soms onvoldoende.

L2 brengt daarom ook de dynamiek tussen ontwerp, voorbereiding, uitvoering en andere projectfasen expliciet in beeld.

Bekijk de L2-voorbeeldcasus

Deze casus is volledig fictief en uitsluitend bedoeld om de L1-methodiek van ZekerBesluit te illustreren. Bedragen, bedrijfskenmerken, risico's, uitkomsten en mogelijke besluiten vertegenwoordigen geen specifieke klant of daadwerkelijk uitgevoerd project.